Het karnen van melk

(In Kinvarwanda, Gucunda)
Het karnen van melk is een werk dat enkel door vrouwen gedaan wordt. Het gaat erom de kalebas (die dienst doet als kom) heen en weer te wiegen tot de melk verandert in boter. Naast Viviane zingt een dichteres een traditioneel gedicht dat gewijd is aan het karnen van melk. In dit lied staat het woord « Umwerera » voor « melk ». « Kinyarwanda » betekent : wat goed is, wat je verzorgt en wat je doet leven.

 

Interview met mevrouw Mukamasavo

Mevrouw Christine Mukamasavo heeft haar man verloren tijdens de gebeurtenissen van 1994. Als gezinshoofd dient ze haar kleine bedrijf in goede banen te leiden en haar vier koeien te eten geven. Zonder de hulp van geconcentreerde voeding, consumeert een koe tot 80 kg vers gras en 50 liter water per dag. Mevrouw Christine Mukamasavo zou het niet kunnen redden zonder de hulp van arbeiders.

Download de pdf-versie van het videofragment  >>

 

De rol van vrouwen

In Rwanda - In België >>

in Rwanda

Plattelandsvrouwen vormen in Afrika zo’n 60-80% van de totale beroepsbevolking. Ze produceren ongeveer 70% van het voedsel. Vrouwen nemen actief deel aan de Rwandese voedselproductie, vooral in de landbouw. Volgens het strategische landbouwhervormingsplan (Rwanda, 2004) stelde men vast dat plattelandsvrouwen bijna onophoudelijk werken en enkel rusten in de uren wanneer ze slapen. Zij doen alle soorten werk, terwijl hun mannen voor bepaalde taken passen, hetzij omdat ze de taken niet kúnnen vervullen omdat ze een man zijn, hetzij omdat tradities het hen verbieden. Bepaalde studies onthulden dat vrouwen een derde van hun tijd aan landbouw besteden, terwijl dit bij mannen slechts om 19% van hun tijd gaat. Verder besteden mannen 54% van hun tijd aan diverse activiteiten en bezoldigd werk, in tegenstelling tot 18% bij vrouwen.

Geslacht is niet hetzelfde als gender.

« De term gender wijst op het feit dat vrouwenrollen en mannenrollen niet bepaald worden door geslacht (biologische aard) maar evolueren naargelang de sociale, culturele en economische situaties. Genderrelaties hebben een culturele basis. Het is de samenleving die ondermeer de taken, de status en de psychologische kenmerken van het individu bepaalt.» Le Monde selon les femmes, « Les essentiels du genre, conepts de base », Bruxelles, 2004.

De rol van vrouwen in de veeteelt is onmiskenbaar. Veehoudersactiviteiten zoals het voederen, te drinken geven en de hygiëne van de dieren zijn taken die vrouwen vervullen met de hulp van hun kinderen. Vrouwen zijn tegelijk ook verantwoordelijk voor de verwerking en de verkoop van veeteeltproducten. Het karnen van melk bijvoorbeeld, is werk dat gereserveerd is voor vrouwen. Het melken, diergeneeskundige behandelingen en de zorgen voor en verkoop van dieren zijn mannenwerk. Het is vrouwen verboden koeien te melken. Jonge meisjes mogen dit nog doen, maar eens ze getrouwd zijn is deze activiteit hen verboden.

Over het algemeen zijn runderen en geiten hoofdzakelijk eigendom van de man. Dit in tegenstelling tot pluimvee, varkens en konijnen die eerder aan vrouwen en kinderen toebehoren. De beslissing over het lot van dieren wordt, indien het om een rund gaat, enkel door de man genomen. Over het lot van kleine herkauwers wordt door de man en de vrouw gezamenlijk beslist en over varkens, pluimvee en konijnen hebben de vrouw en het kind beslissingsrecht.

Deze tabel illustreert de activiteiten van mannen en vrouwen. (Tabel ontworpen door Guy Vanvlanderen, consultant)

Sinds de gebeurtenissen van 1994 is de rol van vrouwen in de landbouw toegenomen. Inderdaad, met de onmiddellijke verdwijning van ongeveer 800.000 mannen, moest plots 34% van de huishoudens geleid worden door vrouwen, waaronder 21% oorlogsweduwen. Deze huishoudens zijn erg met armoede bedreigd, gezien de moeilijkheden die vrouwen ondervinden om toegang te krijgen tot hulpmiddelen voor productie: productiemiddelen, kredieten, opleidingen en vormingen, gronden. De benadering « gender en ontwikkeling » maakt het mogelijk om de specifieke noden van vrouwen te analyseren en hun te integreren in het ontwikkelingsproces. Deze methodiek zorgt ervoor dat men de belangrijkste speelsters in de landbouw en veeteelt van Rwanda binnen het ontwikkelingsproject van Dierenartsen zonder Grenzen niet vergeet.

Vrouwen spelen ook een belangrijke rol in de Belgische veeteelt. Een studie in 2002 en 2003 door de Faculté Universitaire des Sciences Agronomiques de Gembloux (FUSAGx) en de Union des Agricultrices Wallonnes (UAW) wees op het feit dat in Wallonië 94% van de vrouwen die in landbouwbedrijven wonen, er ook een beroepsactiviteit uitoefenen, al of niet bovenop een andere beroepsactiviteit buiten de landbouw.

Hoewel de taken die deze vrouwen (van gemiddeld 50 jaar, net zoals hun man1) op zich nemen en de tijd die ze erin stoppen varieert, tekenen er zich enkele tendensen af. De veehouderij is een goed voorbeeld. Vrouwen blijken hier significant actiever in dan in de grotere landbouwactiviteiten. Het zijn zij die het vaakst verantwoordelijk zijn voor het melken in melkerijen (een erg afmattende taak) en voor het schoonmaken van de melkruimte, zelfs als de zaken in die mate evolueren dat zij minder dan voorheen geschikt zijn om systematisch al deze erg zware taken op hen te nemen op de boerderij.

Vrouwen zijn ook verantwoordelijk voor het verzorgen van de kalveren omdat « zij meer geduld hebben dan hun echtgenoten om een kalfje duidelijk te maken dat hij uit een emmer moet drinken ». Bij het kweken van runderen, nemen zij dikwijls het « moederschap » voor hun rekening in de kwekerijen : het kalven met de dierenarts en de zorg voor de moeders en de kalfjes. In deze periodes, waarvan de duur varieert naargelang het formaat van de veestapel, dient de boerin dag en nacht aanwezig te zijn voor bezoeken van de dierenarts, de dierenhandelaar of het toezicht van de kudde. Het schoonmaken van de stallen en de voeding van het vee worden door het koppel samen gedaan, behalve wanneer het bedrijf over geperfectioneerde middelen beschikt (aangepaste machines). In dergelijke geval is het eerder de man die deze taken op zich neemt. Wat kleinvee betreft (varkens, kippen, schapen,...) zijn het over het algemeen de vrouwen die de kippenrennen voor hun rekening nemen en gewoonlijk de mannen die zich met de varkensstallen bezig houden.

Een sinds enkele jaren verbeterde positie

Ondanks hun belangrijke bijdrage aan het dagelijks leven en het goed functioneren van boerderijen, kon het merendeel van de Belgische landbouwsters tot voor kort geen enkele beroepserkenning genieten. In juridisch opzicht heeft de meerderheid van hen inderdaad het statuut van « meewerkende » of « helpende echtgenote » : over het algemeen is het de man die het statuut van wettige bedrijfsleider geniet. Nu, in België hadden helpende echtgenoten tot in 1990 geen enkele toegang tot individuele sociale bescherming : geen uitkering in geval van arbeidsongeschiktheid of invaliditeit, geen pensioen... en dit zowel in de landbouw als in andere sectoren. Sinds 1 juli 2005, na jaren van mobilisatie en enkele stappen voorwaarts, hebben helpende echtgenotes (90% van de helpende partners zijn vrouwen) eindelijk toegang tot een volledige sociale dekking op vlak van pensioenen, kinderbijslag, gezondheidszorg, arbeidsongeschiktheid, invaliditeit en moederschap.

Twee jaar later heeft de Waalse regering een bijkomende stap gezet in de erkenning van de rol van vrouwen in de landbouw. Op 15 februari 2007 nam het Waals Parlement een decreet aan over de identificatie van meewerkende echtgenoten in de landbouw. Concreet zorgt deze reglementering ervoor dat meewerkende echtgenotes mede-titularis kunnen worden van de administratieve rechten die worden toegekend door de GLB (Gemeenschappelijke Landbouwbeleid van de Europese Unie): melkquotas (productierechten), quotas voor melkkoeien, losgekoppelde hulp (recht op éénmalige uitbetalingen). Een evolutie die, in een traditioneel erg machistische sector als de landbouw, zonder twijfel een stap voorwaarts betekent in de richting van gelijkheid van mannen en vrouwen.

(1) In België gaan slechts weinig jongeren de landbouw in, gezien de economische moeilijkheden waarmee de landbouwsector vandaag de dag geconfronteerd wordt.